Paniek als angst voor de stilte

Dit artikel is geschreven als gevolg van het feit dat we in onze praktijk steeds meer (eind)twintigers en dertigers langs zien komen die last hebben van paniekaanvallen, relatieproblemen en dwanggedrag. En dit terwijl er geen objectieve of klinische redenen voor lijken te zijn. Niet elke vraag die bij ons op tafel komt begint dus met "het gaat niet goed tussen ons." Soms begint het met paniekaanvallen op zondagochtend. Vandaar dat we dachten dat het goed zou zijn om hier eens bij stil te staan.

Waarom drank, drugs en je telefoon meer over je sociale leven zeggen dan je denkt

Donderdagavond, vrijdagavond, zaterdag. Zes uur achter elkaar drinken, misschien een pilletje erbij op een festival, en dan zondag met je kop in je handen op de bank. Hartkloppingen, zweten, gedachten die maar blijven malen. Het gevoel dat je gek aan het worden bent. En dan maandag weer functioneren alsof er niets aan de hand is. Voorgaande is het verhaal van een groeiende groep twintigers en dertigers die op een gegeven moment bij ons aanklopt met paniekaanvallen, de eerste soms al op hun zestiende. Ze willen weten of ze gek worden, psychotisch misschien. Hoe lang het duurt voordat de rotzooi uit hun lichaam is, en of er iets fundamenteel mis is met hen. De vraag die er eigenlijk onder zit komt meestal pas later. Als die al komt.

Wat er in je brein gebeurt

Even terug naar de basis. In je brein onderdrukt alcohol je zenuwstelsel. Je wordt rustiger, losser en vaak minder geremd. Dat is natuurlijk prettig en de reden waarom je het doet. Maar als de alcohol wegvalt, reageert je zenuwstelsel als een veer die te lang is ingedrukt. Het schiet meteen omhoog. Je hartslag stijgt, je zweet, je wordt angstig. Het zogenaamde rebound-effect waar al een tijdje een woord voor is: hangxiety.

Met XTC erbij wordt alles nog een tandje steviger. Ecstasy pompt namelijk in een paar uur tijd je hele voorraad serotonine leeg. Serotonine is een stof die je stemming reguleert, maar ook je slaap en je gevoel van veiligheid. Als dat wegvalt, krijg je de rekening gepresenteerd en komen angst, somberheid en prikkelbaarheid, samen met een gevoel van leegte bij je langs. En dat kan dagen aanhouden. Nederland is overigens koploper in Europa. Meer dan de helft van de uitgaanders tussen 16 en 35 gebruikt ecstasy.

Die enge gedachten nadat je gebruikt hebt, soms gaat dat gepaard met een gevoel dat je gek wordt, is zelden een psychose. Het kenmerk van een echte psychose is dat je niet weet dat je het zou kunnen hebben. Juist het feit dat je bang bent dat je gek aan het worden bent, wijst erop dat je het niet bent. Je zenuwstelsel herstelt zich vanzelf wel. Dat duurt ergens tussen de twee en zeven dagen. En soms (steeds) langer. "Goed om te weten hoe het werkt", denk je misschien. "Dat stelt me iets meer gerust." Misschien maak je een screenshot van dit stuk en stuurt het naar een vriend(in) die het ook herkent. "Zie je, het is gewoon neurochemie." En vervolgens ga je het volgende weekend weer los.

Coping in actie

Wat vaak minder besproken wordt is het gedrag dat erbij komt. Op zoek gaan naar "die ene plek waar ik me vroeger wel goed voelde" of, heel anders, op dagelijkse signalen gaan letten die de angst dempen ("ik zet de radio aan en kreeg meteen mijn favoriete liedje"). Kleding dragen die je uit je dip moet halen. Een bepaalde route lopen omdat de andere "niet goed voelt." Dingen checken die je al gecheckt hebt. Of mantra's tegen jezelf zeggen, "het komt goed, je kan dit, je hebt dit eerder gedaan", als een soort bezwering tegen de onrust.

Dat soort copinggedrag is waar de meeste mensen zich voor schamen. Paniek kun je nog uitleggen als "te hard gegaan dit weekend." Maar dwangmatig gedrag leg je niet uit, niet aan je vrienden, niet aan je date, niet aan jezelf. Maar het is hetzelfde mechanisme anders verpakt. Je brein zoekt een manier om de dreiging die het voelt onder controle te krijgen. Als de paniek niet vanzelf weggaat, bedenkt je hoofd een oplossing. Die oplossing is irrationeel, en dat weet je best, maar hij werkt wel even. Tot je hem steeds vaker nodig hebt. En vaker.

De snelle fix

Als het te veel is dan komt een andere oplossing in beeld. Een greep uit de medicijnkast, een angstremmer, een jointje. Een vlucht naar je favoriete stad in het buitenland omdat je daar de vorige keer ook meteen opknapte. Een weekendje weg, een nieuwe omgeving, even resetten. Probleem opgelost. Toch? Op zichzelf werkt dit prima, maar dan wel op korte termijn. Op de langere termijn is het dezelfde logica als de rest: dempen wat je voelt zodat je door kunt. Een benzo onderdrukt je zenuwstelsel zodat de angst zakt, en als het uitgewerkt is, komt de angst terug, soms erger dan daarvoor. Buitenlandse bestemmingen onderdrukken niets, het haalt je alleen uit je context, weg van de prikkels (mag je hopen), en geeft je brein even pauze. Drie dagen na terugkomst ben je weer terug bij af. En het feit dat je omgeving meewerkt, de vriend die een pilletje heeft, de huisarts die iets voorschrijft, de ouder die zegt "ga even weg, dan knap je op", dat is allemaal vanuit zorg. Maar de boodschap die jouw brein oppikt is anders. Die hoort: "wat je voelt moet gedempt worden." Er wordt geen vraag gesteld. Het recept ligt al klaar. En die boodschap is zowel voor de ontvanger als de brenger meer van hetzelfde. Maar bij gebrek aan beter doe je het ermee.

Geen pauzeknop

Wat wij tegenkomen als mensen bij ons aan tafel zitten is het ontbreken van een pauze- of uitknop. Hoe ziet een gemiddelde week eruit? Doordeweeks werken, soms tien uur per dag. Alles op hoog tempo. Deadlines, afspraken en door. De technologie en algoritmes van apps houden je alert. Instagram, TikTok, WhatsApp, nieuwsapps, whatever. Tussendoor de nodige kicks door fanatiek sporten, een klus scoren, cafeïne en leuke dingen doen. Alles om maar door te gaan. Allemaal activiteiten om het serotonine- en dopaminepeil hoog te houden. In het weekend even downscalen met muziek, drank, festival en een pilletje hier of daar. Zondag bijkomen. Maandag weer van voren af aan. Er zit in dat schema geen moment van stilte. Geen moment waarop je niets doet, niets consumeert, niets binnenkrijgt. De telefoon levert een continue stroom dopamine, net als alcohol, net als drugs. Elke notificatie, elke like, elke swipe op een datingapp activeert hetzelfde beloningscircuit. Het verschil met een pilletje op een festival is geleidelijk. Psychologen noemen dat gedragsverslaving. Het fenomeen dat je je gedwongen voelt om het gedrag te herhalen, ook als het je schaadt. Vandaar dat veel kinderen van Silicon Valley bobo’s niet op social media mogen van hun ouders. Die weten dit allemaal als geen ander.

Wat al die prikkels gemeen hebben is dat ze de binnenkant dempen. Zolang er input is, hoef je niet bij jezelf te zijn. En zolang je niet bij jezelf bent, hoef je niet te voelen wat er eigenlijk speelt. Je denkt nu misschien: "Wacht effe, ik vind het ook gewoon fijn om bezig te zijn. Ik heb een bedrijf, een druk sociaal leven, ik ben altijd onderweg, dat is wie ik ben." Kan kloppen. Maar als iemand je vraagt "hoe krijg je jezelf rustig" en je antwoord is: "niet mee bezig houden, gewoon wat meer gas erop", of, als je eerlijker bent: "weet ik eigenlijk niet, die vraag krijg ik liever niet" dan is het de moeite waard om even stil te staan bij het verschil tussen druk zijn en niet anders kunnen.

Wat er gebeurt als het stil wordt

Stel, je zet alles uit. Je zit op de bank en er is niets. Bij de meeste mensen ontstaat er meteen een onrust. Een soort jeuk vanbinnen. De neiging om iets te pakken, iets te doen, of eindeloos te gaan prakkiseren over iets of iemand. Als die onrust wat langer duurt, kan een gevoel van eenzaamheid het gaan overnemen, of een angst waarvan je de bron niet kunt benoemen. Dat gevoel is er eigenlijk altijd (en niet alleen omdat je een slechte week hebt gehad). Je kunt het zien als een grondtoon onder het dagelijks leven. En drank, drugs, apps en druk blijven zijn de manier waarop je het signaal kan onderdrukken.

Wat er eigenlijk zou moeten gebeuren als het stil wordt, is dat je brein overschakelt naar wat onderzoekers het default mode network (DMN) noemen. Dat is het netwerk dat actief wordt als je niets doet. Als je voor je uit zit te staren, dagdroomt en je gedachten laat gaan. Het is de plek waar je brein ervaringen verwerkt, verbanden legt en ergens op de achtergrond nadenkt over wie je bent en wat je voelt. Het is, simpel gezegd, de ruimte waarin je bij jezelf bent. Dat netwerk ontwikkelt zich (als het goed is) in je kinderjaren. Kinderen die de ruimte kregen om zich te vervelen, die ouders hadden die dat ook zelf lieten zien (gewoon even niks, uit het raam staren, niet meteen aan de bak), hebben geleerd dat leegte geen bedreiging is. Hun brein weet wat het moet doen als het stil wordt. Een ouder die als antwoord op jouw vraag "ik verveel me, gaan we wat doen?" zei, "voorlopig niet dus misschien moet je je gewoon even gaan vervelen, dan komt er vanzelf wat." En als je als kind hebt gezien dat je ouders dat ook soms deden en dat van elkaar waardeerden (stilletjes een lange pauze nemen waarin niets lijkt te gebeuren) dan versterkt dat je eigen mogelijkheden om om te gaan met stilte. Als die ruimte er niet was, als er altijd iets moest, als verveling werd opgelost met een scherm of een activiteit, dan heeft dat netwerk zich minder ontwikkeld. Je brein weet dan letterlijk niet wat het met stilte aan moet. En dus zoekt het input. Altijd en overal.

En op momenten dat de stilte zich toch aandient, volgt vaak verwarring. Iemand gaat weg. Een relatie klapt. Je partner stopt met de relatie zonder enige vorm van uitleg. Of zegt dat je er niet echt bent, ook als je er wel bent. Omgedraaid kan ook. Dat je te veel bent terwijl je alleen maar verbinding zoekt. Je snapt het niet, want je deed toch je best? En dan zit je alleen thuis en is er niets meer om het mee te vullen. Dat is vaak het moment waarop het echt binnenkomt. Als de stilte niet zelfgekozen is.

Hoe dat zo gekomen is

Hier wordt het voor veel mensen lastig. Niemand wil horen dat het met je ouders te maken heeft. Ze hebben hun best gedaan. Soms ook niet. Maar hoe jij als kind hebt geleerd om met spanning om te gaan, bepaalt voor een groot deel hoe je dat als volwassene doet. Was er iemand die je opving als het moeilijk werd, die er gewoon was zonder dat je erom hoefde te vragen, dan heb je geleerd dat spanning iets is wat je zelf kan reguleren. Was dat er minder, of was het er soms wel en soms niet, dan heb je andere manieren gevonden. Je leerde het zelf op te lossen, of je leerde dat je er heel hard voor moest werken om iemand bij je te houden, of je leerde dat de wereld onvoorspelbaar is en je altijd alert moet zijn.

De mantra's die je tegen jezelf zegt, de drukke agenda die je vult en de vlucht naar ergens anders als het te erg wordt, zijn allemaal volwassen versies van wat je als kind al deed om het vol te houden. En de kring van vrienden die zegt "komt goed" is de volwassen versie van een omgeving die je leerde dat gevoelens geparkeerd moeten worden, of ‘het probleem’ gewoon opgelost moest worden.

Waarom dit op een site voor relatietherapie staat

Tot zover allemaal informatie die je her en der kunt vinden. Waarom dan ook hier? Omdat de meeste verhalen over paniekaanvallen stoppen bij de neurochemie. Ze leggen uit wat er in je brein gebeurt, adviseren om minder te drinken, en klaar. Er zijn apps voor die je daarbij helpen met speciale programma's. Onze kennis van het brein en hechting zorgt ervoor dat we verder kunnen kijken dan het symptoom. Niet een ander pilletje, maar begrijpen waar de behoefte vandaan komt en van daaruit werken aan een stevigere basis.

Er wordt hier veel over geschreven en er zijn talloze podcasts. Over hoe je je telefoongebruik kunt beperken, hoe je kunt herstellen na een festival. Nuttige adviezen, en er zijn goede boeken over. This Naked Mind van Annie Grace laat zonder moraliseren zien wat alcohol doet met je brein en je gedrag. Change Your Brain, Change Your Life van Daniel Amen benadert het vanuit de neuropsychiatrie. Maar de vraag die niet zo vaak gesteld wordt is waarom je het überhaupt nodig hebt. Waarom zoveel drinken? Waarom voortdurend je telefoon checken? Waarom is niet zelf gekozen stilte zo onverdraaglijk?

De vraag om mee te eindigen: wat is er als alles wegvalt? Je niet kan terugvallen op je coping mechanisme? Als drank, je uit de naad werken, sporten, pillen, eindeloos dagboeken bijhouden of een telefoon niet meer werken? En het echt stil wordt? Wat dan?

Volgende
Volgende

A.I. en Therapie